Selecteer een pagina

Op 18 jarige leeftijd begon ik mijn carrière op een woonvorm voor mensen met een Niet Aangeboren Hersenletsel. Daar heb ik de volgende vormen van verlies gezien bij deze doelgroep:

  • Verlies van lichamelijke functies/gezondheid.
    Door het hersenletsel is er vaak uitval aan één zijde van het lichaam.
    Ook heb ik gezien dat er uitval is bij bepaalde lichamelijke functies (bijv. kracht in ledematen, spiercontrole).
  •  Verlies van psychische functies/gezondheid. Gedragsverandering. Verminderde concentratie/geheugen. Informatieverwerking die anders verloopt. Minder goed bepaalde emoties kunnen ervaren of ermee om kunnen gaan.
  • Verlies van autonomie. Jezelf niet meer kunnen wassen, aankleden, eten etc.
  • Verlies van (t)huis. Niet meer thuis kunnen wonen vanwege de vraag qua zorg of spanningen in het gezin.
  • Verlies van rol in het gezin/de familie. Niet langer de ouder/broer/zus kunnen zijn die je altijd was.
  • Verlies van sociaal netwerk/relatie. Vrienden, familieleden en relaties verliezen vanwege je NAH.
  •  Verlies van woordenschat/spraak.
    Bepaalde woorden niet meer weten, iets anders zeggen dan dat je bedoelt of een woord niet meer kunnen uitspreken.
  • Verlies van intimiteit/seks.
  • Verlies van carrière, status, inkomen.
  • Verlies van bepaald toekomstperspectief.
    Denk hierin ook aan bijvoorbeeld een kinderwens of het maken van een verre reis.

In een dienst als woonbegeleider werd alle tijd opgeslokt aan het verzorgende aspect van het werk.
Er was niet genoeg tijd voor de rouw die de bewoners ervoeren terwijl deze zeer duidelijk aanwezig was.
Laat staan dat wij goed wisten wat we hierin voor de doelgroep konden betekenen.

Er is vaak wel iets georganiseerd wat een stukje van het rouwproces kan opvangen, zoals een geestelijke verzorger en een muziektherapeut. In de organisatie waar ik toen werkzaam was, was er zelfs een rouw- en verliestherapeut. Zij voerde voornamelijk gesprekken met de partner van de bewoner.
Op gebied van het rouwproces van de bewoners concludeerde ik dus dat er niet voldoende aanbod was.                       
Dit zorgde ervoor dat ik de opleiding tot rouw- en verliestherapeut ging volgen.

Wat ik heb gezien in het contact met de bewoners was vooral de behoefte om het erover te kunnen hebben.  Een luisterend oor, begrip voor het verlies, het effect daarvan op hun leven en hun gemoedstoestand.
Veiligheid om emoties en gedachten te uiten. Onvoorwaardelijke acceptatie voor wie ze nu zijn en wat ze kunnen, al is dit voor henzelf het moeilijkste wat er is.
Samen onderzoeken hoe belangrijke mensen en activiteiten toch nog onderdeel kunnen zijn van hun ”nieuwe” leven, hun ”nieuwe” ik en hier vorm aan geven.