Selecteer een pagina

Tijdens mijn werk in een instelling voor mensen met een auditieve beperking met bijkomende problematiek ben ik getuige geweest van hoe het voor deze doelgroep is, om met verschillende vormen van verlies om te gaan.
Gezien de taal- en communicatie barrière tussen doven/slechthorenden en ‘de rest’ is het voor deze doelgroep moeilijker om alles mee te krijgen.
Zeker wanneer er naast de auditieve beperking nog andere diagnoses zijn, wordt er vaak terughoudend gedaan om deze doelgroep mee te nemen in het proces rondom het verlies. Doordat deze doelgroep zich minder goed in verbale communicatie kan uiten, zal je zien dat zij dit veel meer doen in non-verbale communicatie. Aan hun mimiek en lichaamshouding is heel goed te zien wat er bij hen gebeurd.
Doven/slechthorenden is een doelgroep die vaak onzichtbaar is. Je kunt ze herkennen aan het bordje (S/H) dat ze hebben op hun voertuig en sommige hebben een CI aan de zijkant van hun hoofd. Daarom is er niet zo snel oog of (h)erkenning voor de vormen van verlies waar hen mee te maken hebben.

Allereerst hebben zij, en hun ouders, het verlies te verwerken van een kind met een verminderd/geen gehoor.
Afhankelijk van de ernst van de gehoorschade zijn er ook verliezen te herkennen op de volgende gebieden:

Op Sociaal gebied: verminderde aansluiting bij (horende) leeftijdsgenoten, het aangaan van vriendschappen en relaties.
Op Maatschappelijk gebied: naar een dovenschool moeten gaan, minder kans/keuze op de arbeidsmarkt.

Zoals hierboven al kort benoemd, zijn bij doven en slechthorenden hun non-verbale communicatie en verwerking sterker ontwikkeld.
Wat inhoudt dat zij, bij plotselinge ingrijpende veranderingen, een sterkere fysieke reactie zullen geven.
Dit kan variëren van lichamelijk trillen, huilen, schreeuwen, veel fysieke nabijheid en aanraking behoeve tot zich stil terug trekken en uit contact gaan.
Eigenlijk dus alles wat ook horende mensen kunnen laten zien bij verlies, wellicht wat meer uitvergroot.

Elk mens gaat anders met verlies om en heeft dus behoefte aan verschillende dingen.
Bij doven/slechthorenden is het vooral fysiek beschikbaar zijn en (gevoelsmatig) communiceren waar diegene behoefte aan heeft.
Hiermee bedoel ik niet dat je continue bij de persoon moet zijn, afhankelijk van diens behoefte.
Ik doel hiermee dat je vaak laat blijken dat je er, fysiek, bent door bijvoorbeeld je hoofd om het hoekje van diens kamer te steken.
Te benoemen dat je er bent: om te luisteren, een schouder om op te huilen, om mee te wandelen, afleiding te zoeken.